Marloes Otten tekent haar YAcontract

Recensie “Blijf nog even” van Marloes Otten

In Blijf nog even, een young adult-roman van Marloes Otten, kruisen de levens van twee jonge mensen elkaar, die op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen hebben. Fleur is een vrolijke zeventienjarige meid, die opgroeit in een gezellig en liefdevol gezin en die hard werkt aan haar carrière als topwielrenster; Rowell is een jongen van twintig, die door zijn contactstoornis in een isolement leeft en op dood spoor is geraakt is. Maar schijn bedriegt: voor Fleur komt er een kink in de kabel, die maakt dat haar leven heel anders zal lopen dan ze gepland heeft en Rowell heeft een talent, dat hij het liefst verborgen houdt, maar dat in het contact met Fleur tot volle bloei komt.

De schrijfster weet het aannemelijk te maken dat er tussen deze twee mensen een bijzondere band ontstaat, gevoed door de artistieke fascinatie van Rowell voor de kracht en de dynamiek die Fleur uitstraalt en die hij wil vastleggen op papier, en door de nieuwgierigheid van Fleur naar deze vreemde jongen, die enkele keren achter elkaar opduikt in haar omgeving en die geen antwoord geeft als je hem iets vraagt.

Rowell produceert een groot aantal schetsen van Fleur, maar slaagt er niet in haar gezicht weer te geven, ook niet als hij een foto van haar op internet vindt. “Haar ogen kloppen niet; het zijn de pupillen die missen.” Pas als hij haar aangekeken heeft lukt het: ”Nauwkeurig plaatst hij de missende strepen op de tekening en langzaam verschijnt het karakter, zoekend naar een plaatsje in de eeuwigheid.”

Dan doorbreekt Rowell de barrière die hem van anderen scheidt: hij laat Fleur de tekeningen zien die hij van haar gemaakt heeft. Er is contact. Er komt een gesprek over de toekomst. De toekomst van Rowell, die niets met zijn leven doet. De toekomst van Fleur, die geen toekomst is. Maar Rowell zegt: “Een toekomst heb je op allerlei manieren. Ook jij. En dat zul je bewijzen.”

Dat is het thema van dit boek: toekomst, en dat maakt dat het, hoewel beide hoofdpersonen te worstelen hebben met loodzware problemen, toch een positief verhaal wordt, waarin het draait om kracht: de artistieke kracht van Rowell, de levenskracht van Fleur.

Het boek is op een bijzondere manier opgebouwd. Het is ingedeeld in zes delen, die, op de laatste twee na, bestaan uit een aantal hoofdstukken, die afwisselend vanuit het perspectief van Rowell en Fleur geschreven zijn. Voor Fleur is de ik-vorm gebruikt, waardoor de lezer in haar huid kruipt en met haar meevoelt en denkt. De hij/zij-vorm die de schrijfster voor Rowell hanteert, maakt dat de lezer hem wat meer op afstand bekijkt, ook doordat er af en toe een buiten het verhaal staande verteller opduikt. Maar doordat het perspectief overwegend personaal is, leren we ook Rowell goed van binnenuit kennen. De schrijfster is erin geslaagd een overtuigend beeld te geven van het voelen en denken van een autistische persoonlijkheid, en tegelijkertijd een uniek individu te schetsen.

Er zit een duidelijke ontwikkeling in de karakters. We zien hoe Fleur soms de moed lijkt te verliezen en zich dan toch weer opricht, terwijl Rowell zijn isolement doorbreekt en zich steeds meer op de buitenwereld richt. Toch blijven zij zichzelf: de belangrijkste eigenschap van Fleur is en blijft haar kracht en Rowell zal altijd de in zichzelf gekeerde figuur blijven, die weinig echte emoties kent, hoewel Fleur tegen het eind van het verhaal toch kleine waterlijntjes ziet, als ze hem aankijkt.

Ook de bijfiguren zijn goed getekend. De ouders van Rowell, die het opgegeven lijken te hebben, nadat ze werkeloos zijn geworden, passief op de bank hangen en het huishouden verwaarlozen, net als hun zoon, die ze alleen af en toe proberen te lokken met eten en de ouders van Fleur in hun zorg en machteloosheid. Een heel sterke figuur is Mees, de broer van Fleur, een nuchtere, ongecompliceerde jongen, die recht op zijn doel afgaat, zeker als het om het welzijn van zijn zusje gaat, en die, als het contact tussen Fleur en Rowell hapert, als trait-d’union fungeert.

In haar taalgebruik houdt de schrijfster rekening met haar doelgroep: jonge volwassenen. Ze gebruikt een vrij eenvoudige, directe stijl met korte zinnen en met veel oog voor detail. Af en toe duiken sprekende beelden op, bijvoorbeeld als het gaat om lichamelijke gewaarwordingen: Als broze, eigenwijze twijgjes lijken mijn benen het te begeven. En: De steen in zijn onderbuik is inmiddels uitgegroeid tot een kei van formaat. Mooi is bijvoorbeeld ook de beschrijving van het ontbijt van de vader van Rowell, waarmee deze figuur en het gevoel dat hij bij Rowell oproept duidelijk getypeerd worden: Verlekkerd scant hij de tafel. Als een houthakker grijpt hij de zak met bruinbrood, scheurt hem open. en neemt er drie sneetjes uit. Hij steekt zijn mes in de Blue Band en haalt er een grote lik boter uit. De Alpen zijn niets vergeleken bij het maanlandschap dat hij achterlaat.

Blijf nog even behandelt een grenssituatie van het leven op een nuchtere, maar tegelijkertijd invoelende wijze. Fleur en Rowell zullen op de lezers een blijvend indruk achterlaten.

Adrie Paasen

Marloes Otten tekent haar YAcontract
Marloes Otten tekent haar YAcontract

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

De waardering van droomvalleiuitgeverij.nl bij Webwinkel Keurmerk Klantbeoordelingen is 9.6/10 gebaseerd op 82 reviews.
Scroll naar top