Interview met Frans van Baal over het boek ‘Ferris en de Gouden Spiegel’
Ferris is tien jaar en leeft in een wereld vol Romeinen en Galliërs. Wat maakt hem, ondanks die tijdsafstand, herkenbaar voor kinderen van nu?
Kinderen van alle tijden zijn vergelijkbaar, ze komen in nieuwe situaties terecht waar ze bang of blij van worden, ze moeten keuzes maken, er wordt een beroep gedaan op hun zelfredzaamheid / vindingrijkheid. De wereld waarin ze leven kan soms chaotisch lijken, daar zullen ze mee om moeten leren gaan, alleen en ook met steun van de mensen om hen heen.
In het boek reist hij met de goudsmid Vidal naar Lutetia. Welke emoties drijven hem onderweg — angst, nieuwsgierigheid, moed?
Ferris is absoluut geen bang vogeltje. Hij is af en toe bang maar overwint zijn angst iedere keer. Ten opzichte van Vidal is hij geen slaafse volger die zich volledig aan de oude man overlevert. Hij stelt vragen en eist uitleg over de keuzes die Vidal maakt. Als hij in het zicht van een goede afloop op zichzelf aangewezen is, dat gebeurt wel twee keer in het verhaal, raapt hij zichzelf bij elkaar en neemt zijn lot in eigen hand. Hij maakt gebruik van de dingen die hij tijdens de reis geleerd heeft en is vindingrijk.
De spiegel uit de titel lijkt meer te betekenen dan alleen een voorwerp. Wat weerspiegelt hij volgens jou?
Een korte zoekopdracht op Google leverde meteen zevenentwintig spreekwoorden op over spiegels. De belangrijkste daarvan is volgens mij of je jezelf in de spiegel kunt aankijken. Ben je jezelf nog, handel je nog steeds volgens je eigen idealen en overtuigingen? Ben je om een of andere reden afgedreven van je wortels en je idealen? Ben je jezelf nog steeds? Een onmisbaar ding dus, een spiegel!
Er zit avontuur in dit verhaal, maar ook iets melancholisch. Was er een moment waarop jij zelf even stilviel tijdens het schrijven?
Het gebeurde op het moment dat Ferris ontdekt dat Vidal helemaal alleen in de wereld staat, dat hij niemand heeft die van hem houdt. Als Vidal vertelt over zijn leven en de foute keuzes die hij gemaakt heeft, zie je de omkering in het verhaal. Het is nu Ferris die zijn vriend Vidal troost. Deze scène ontstond eigenlijk zomaar vanzelf zonder dat ik daar veel over nagedacht had. Bij het teruglezen ervan viel ik inderdaad even stil. In dit licht is het verhaal van Ferris misschien ook heel verhelderend voor volwassenen.
Jij kent de geschiedenis goed, maar hier lijkt het verleden bijna te ademen. Hoe heb je feiten en verbeelding laten samenwerken zonder dat één de ander overnam?
Dat is een heel mooi compliment, dank je. Als oud-leerkracht en geschiedenisliefhebber bestaat de kans dat je in het verhaal te veel geschiedenis stopt. Ik heb geprobeerd het verhaal van Ferris, zijn emoties en belevenissen voorrang te geven op het doorgeven van historische kennis. Daar is het boek vooral niet voor bedoeld. Ferris beleeft zijn avonturen in een andere tijd wat van invloed is op de gebeurtenissen, maar mag het karakter van Ferris nooit overstemmen.
Ferris maakt keuzes die groter zijn dan hijzelf. Wat leert hij over vertrouwen of vriendschap — en wat kunnen wij daar nog van opsteken?
Ferris komt op zijn reis verschillende mensen tegen die hem allemaal op de een of andere manier te hulp schieten. Daarnaast zien we dat de oude goudsmid Vidal zijn allergrootste vriend wordt. Wat we ervan kunnen leren is dat er door alle ellende en verdriet heen altijd mensen zijn die het voor je opnemen, die je kunnen steunen of helpen los van afkomst of leeftijd.
De reis naar Lutetia brengt ook morele vragen mee: wie kun je geloven, wat is eerlijkheid waard? Speelde dat thema voor jou persoonlijk ook een rol?
Dat thema heeft voor mij in mijn dagelijks leven altijd een rol gespeeld. Het heeft vooral te maken denk ik met het feit dat ik vijfentwintig jaar voor de klas gestaan heb. In het werken met kinderen zijn veiligheid, vertrouwen, eerlijkheid en geloofwaardigheid kernbegrippen. Zonder dat werkt het niet en kun je nooit een band opbouwen met je leerlingen.
Je zei dat het idee ontstond door je kleinkind. Wat gebeurde er op het moment dat “een leuk idee” veranderde in “dit wordt een boek”?
In de weken na mijn gesprek met Ferris speelden er allerlei ideeën door mijn hoofd over het plot, de plaats van handeling, de personen en een historisch voorwerp dat leidend zou kunnen zijn in het verhaal. Toen al die losse elementen na een week of vier op hun plaats vielen, kon ik beginnen met schrijven. Maar toen was ik er nog niet. Ik kon toen ik een drietal hoofdstukken af had nog niet beoordelen of ik erin geslaagd was een mooi verhaal te schrijven. Daar had ik anderen voor nodig. Naast drie volwassen meelezers (mijn echtgenote, mijn dochter, mijn redactrice bij Boom Educatief) heb ik Ferris en mijn kleindochter Julia gevraagd om de drie hoofdstukken ook te lezen. Pas na alle positieve opmerkingen van alle vijf meelezers wist ik “dit wordt een boek!’
Als je één scène moest voorlezen aan iemand die Ferris niet kent, welke zou dat zijn — en waarom juist die?
Dat zou de scène zijn waarin Ferris het op zijn eentje moet opnemen tegen de Lange en de Kleine, de twee boeven die het op hem en de spiegel voorzien hebben. De dialogen in de scène lenen zich uitermate voor voorlezen, je voelt en hoort de spanning erin doorklinken. Daarnaast zien we Ferris, die door zijn moed en vindingrijkheid en door alles wat hij onderweg geleerd heeft erin slaagt zichzelf en de spiegel te redden. Ferris is de held!
Stel dat Ferris vandaag uit de geschiedenis stapt: wat zou hij van onze wereld vinden?
Ik denk dat hij gek zou worden van de snelheid van het leven, de drukte en het lawaai. Hij leefde in een periode waar reizen een hele onderneming was, die vooral geschiedde op wandelsnelheid. In het verhaal legt hij enorme afstanden te voet af, hij was al blij toen hij het laatste stuk naar Lutetia op een schip kon afleggen.
Ik hoop dat hij daarnaast zou ontdekken dat er in onze wereld, net als in de zijne, mensen zijn die zich om elkaar bekommeren, elkaar helpen en streven naar het goede.

