Overprikkeling: als gewone dingen te veel binnenkomen
Als de wereld harder binnenkomt dan je kunt dragen.
Bij Droomvallei Uitgeverij geef ik boeken uit die ergens over gaan. Soms licht, soms ingewikkelder, maar altijd met een laag eronder. In deze reeks sta ik stil bij die laag. Niet via grote theorieën, maar via kleine, herkenbare momenten, zoals ze ook in verhalen voorkomen.
Wanneer gewone dingen ineens te veel zijn
Soms is het niet één groot ding dat te veel is.
Het is de drukte in een winkel. Het felle licht boven de schappen. Een karretje dat tegen een rek botst. Muziek uit een speaker, een telefoon die afgaat, iemand die net iets te dichtbij staat.
Of het is een verjaardag waar iedereen door elkaar praat. Een klaslokaal aan het einde van een lange dag. Een scherm dat blijft oplichten. Een vraag die komt terwijl je nog bezig bent met de vorige.
Van buiten lijkt er misschien weinig aan de hand. Maar vanbinnen loopt alles vol.
Dat is wat overprikkeling zo lastig maakt. Het is niet altijd zichtbaar. En juist daardoor wordt het snel verkeerd begrepen.
Wat overprikkeling kan zijn
Overprikkeling betekent dat er meer binnenkomt dan je op dat moment kunt verwerken. Geluid, licht, geur, aanraking, beweging, woorden, verwachtingen. Alles vraagt iets. En soms is er geen ruimte meer over.
Dan kan een klein geluid ineens scherp worden. Een gewone vraag voelt als druk. Een volle kamer is te veel, ook als iedereen vriendelijk is.
Bij sommige mensen gebeurt dit sneller — bij autisme bijvoorbeeld, waar prikkels anders verwerkt worden. Maar overprikkeling speelt ook een rol bij lichamelijke aandoeningen zoals MS, of gewoon bij vermoeidheid die zich opstapelt. Dan is een winkel niet zomaar een winkel. Dan kost gewoon meedoen veel meer dan een ander kan zien.
Hoe merk je het
Overprikkeling begint vaak klein. Je merkt dat woorden niet goed binnenkomen. Antwoorden kosten moeite. Geluiden lijken harder. Licht doet pijn aan je ogen.
Ook je lichaam reageert. Schouders trekken op. Adem wordt hoger. Gedachten lopen door elkaar. Kleine keuzes worden ingewikkeld.
Het hoofd zegt: stop. Het lichaam zegt: genoeg.
Maar overprikkeling ziet er niet altijd uit als paniek of boosheid. Soms is het heel stil. Iemand zit erbij, knikt nog, maar is vanbinnen al veel verder weg. Er wordt niets gezegd, juist omdat praten te veel is geworden.
Er zijn ook mensen die zich lang aanpassen. Ze blijven beleefd, blijven zitten, blijven antwoorden geven. Pas thuis komt de ontlading. Voor de buitenwereld leek het goed te gaan. Maar het lichaam heeft de hele tijd hard gewerkt.
Daarom helpt het om niet alleen naar gedrag te kijken, maar ook naar wat eraan voorafging. Was de dag vol? Was er veel geluid? Was er weinig rust? Soms vertelt de uiting niet het hele verhaal.
Het gevoel dat je faalt
Wat overprikkeling extra zwaar maakt, is de schaamte die erbij komt.
Je ziet dat anderen het wel lijken te kunnen. Nog even boodschappen doen. Nog even blijven zitten. Nog even luisteren.
En jij voelt dat het niet meer gaat.
Dan kun je gaan denken dat je je aanstelt. Maar overprikkeling is geen gebrek aan wilskracht. Het is een grens die bereikt wordt. Niet alles wat zwaar is, is zichtbaar.
Rust is geen luxe
Voor iemand die snel overprikkeld raakt, is rust niet zomaar prettig. Rust is nodig om weer te kunnen landen.
Dat kan een stille kamer zijn. Een wandeling zonder gesprek. Even geen telefoon. Minder afspraken op één dag. Een plek waar niemand iets vraagt.
Rust wordt soms gezien als terugtrekken uit het leven. Maar soms maakt rust juist mogelijk dat iemand later weer mee kan doen. Niet groter, niet harder, niet sneller. Maar op een manier die past.
Wat verhalen kunnen doen
Een verhaal lost overprikkeling niet op. Maar het kan wel woorden geven aan wat iemand voelt. Het kan laten zien hoe het is om anders te reageren dan de rest. Het kan een kind helpen herkennen: ik ben niet raar, mijn hoofd zit vol. Het kan een volwassene laten voelen: ik hoef dit niet steeds uit te leggen om het serieus te nemen.
Juist daar zit vaak de laag onder een verhaal. Niet in de grote gebeurtenis, maar in dat kleine moment waarop iemand merkt: dit is te veel voor mij. En misschien mag ik daarnaar luisteren.
Tot slot
Overprikkeling vraagt niet altijd om een grote oplossing. Soms begint het met herkennen wat er gebeurt. Met minder snel oordelen. Over een kind, over een ander, over jezelf.
Want als gewone dingen te veel binnenkomen, is rust geen aanstellerij. Dan is rust een manier om weer adem te vinden.
Boeken die hierbij passen
Overprikkeld, mijn leven & MS door Nathalie Weemaes. Ze beschrijft haar proces voor lotgenoten en betrokkenen
Skip en de gestolen boot van fort Kakkers door Susanne Dirksen. Skip heeft autisme, maar dat wordt in het boek niet benoemd.
